Column (NL)

19/06/2016

Ervaringen van een (relatief) onervaren Formule 1-kijker.

Er zijn twee zaken die mij in het bijzonder opvallen, sinds de Formule 1 dit seizoen meer media aandacht genereert door het reilen en zeilen van Max Verstappen bij Toro Rosso en Red Bull Racing. Het eerste is de schijnbaar enorme invloed die de auto’s hebben op de prestaties van de coureurs, en daarmee hun plaats in het klassement. Ik kan verder maar weinig sporten verzinnen waar het materieel misschien wel belangrijker is dan de persoon erachter. Het zou toch bijzonder zijn wanneer Ajax zeker is van de competitiewinst doordat de spelers andere schoenen dragen? Of dat Rafael Nadal alle tennistoernooien wint door gebruik van een specifiek racket? Dit lijkt echter wel aan de orde te zijn in de autosport. Specifiek dit seizoen valt de bolide van Mercedes in positieve zin op, zowel het chassis als de motor lijken haast onverslaanbaar, en op bepaalde circuits is er door de concurrentie haast niet ‘tegen op te rijden’. Dit vind ik als relatieve nieuwkomer een bijzondere gewaarwording.

Deels daarmee verbonden is het tweede opvallende kenmerk van de hedendaagse Formule 1; en dat is het carrièrepad van de coureurs. Ik schreef hierboven al dat de wagen waarin men rijdt misschien wel belangrijker is dan de vaardigheden van de bestuurder, maar het verbaast mij daarom des te meer dat voormalige wereldkampioenen als Vettel, Alonso, en Button na hun hoogtepunt ineens genoegen nemen met een minder team en een mindere auto, waardoor ze constant slecht(er) scoren. Het moet toch zuur zijn als je enkele jaren tot de absolute top behoort, en daarna ineens degradeert naar een B-club, en geen potten meer kan breken? Stoppen op je hoogtepunt lijkt iets te zijn waar mee weinig mee heeft in de autosport. Voor het geld hoeven ze het niet te doen, want ik las dat een beetje bekende F1-coureur toch al gauw meer dan tien miljoen per seizoen binnenharkt..

Ik ben benieuwd of de wat ervarener F1-volgers mij deze zaken wat duidelijker kunnen maken 🙂